Parochie St. Petrus’ Stoel te Antiochië

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Banner

15 januari 2012

Afdrukken PDF

Toen ik deze lezingen van dit weekeinde doornam, ben ik blijven mijmeren bij de namen die ik daar tegenkwam, Samuel, Eli, Johannes, Andreas, Simon; deze krijgt een nieuwe naam Kefas = Petrus. Ik ben blijven stil staan bij het doodgewone feit dat wij allemaal een naam hebben. Heel gewoon, en toch iets kostbaars, vind ik!

Door je naam ben je iemand, ben je mens. Net of je naam een stuk van je persoonlijkheid is. Het is dan ook met grote zorg dat ouders voor hun komende kindje een naam kiezen. Want dat gaat een leven lang mee. Een mooi klinkende naam. Of een naam uit de familie, zodat familietrekken door blijven leven; vage verwachtingen kleven eraan. En verrassend om te ontdekken dat jouw naam ook nog een betekenis heeft. Zo betekent mijn naam Rob: schitterend door roem. Of mijn ouders dat voor ogen hadden betwijfel ik, maar goed, en Gabrie, zit hier achter mij: man van God.

Het eerste wat dan ook gevraagd wordt, als we in de doopkapel zijn, hier links van mij: beste ouders, welke naam hebt u voor uw kindje gekozen? Dat is niet zomaar een formaliteit, als het opnemen in het bevolkingsregister. We weten uit de voorafgaande gesprekken al de naam van het kindje, maar we willen die nu officieel horen, want als parochiegemeenschap willen we de baby ontvangen, niet als een burger service nummer, maar als een onvervangbare, unieke mens, iemand met een eigen naam.

Op bepaalde hoogtepunten van het leven wordt die (hier) ook genoemd: bij de eerste communie, vormsel, huwelijk, jubileum. Tot over de grens van het leven wordt die naam met respect uitgesproken.

Ik was hierover aan het mijmeren bij het doorlezen van de lezing. Samuël ligt te slapen en tot vier keer toe wordt hij uit zijn slaap geroepen bij zijn naam. En blijkbaar door God zelf. Ook God kent mensen bij hun naam. Ook in het evangelie zie ik dat: Jezus kent de mensen die Hem komen spreken: Andreas en Simon. Op een andere plek lezen we dat Jezus zijn schapen bij name kent, als goede herder. En Jesaja weet ons te vertellen dat onze namen geschreven staan in de palm van Gods hand (gedachtenis hoek), Beelden om aan te laten voelen dat je voor Hem geen onbekende bent, maar een mens met persoonlijke trekken.

Is dat misschien iets bedreigends; te weten dat God jou bij de naam kent?

Ik denk het niet. Telkens klinkt in de schrift door dat God geen controleur is. Als Hij de naam roept van Samuël, of als Jezus Andreas en Simon uitnodigt om te komen kijken, dan is dat omdat Hij zich voor mensen interesseert. In zijn ogen ben je de moeite waard; Hij laat je niet ondergaan in een naamloze, grijze, onpersoonlijke massa. Hij maakt van jou geen nummer, burgerservice-nummer, Samuel, Eli, Johannes, Simon… je zou je eigen naam in kunnen vullen. Zo wordt je door Hem gekend.

Om aan te knopen bij de internationale bidweek voor de eenheid van de christenen die morgen begint met als thema: Winnen met gevouwen handen; het thema geeft iets van de spanning tussen winnen op basis van een menselijke prestatie en het begrip overwinning als christenen dat in hun geloof beleven. De overwinning op de dood door Jezus is een centraal geloofsthema. Niet alleen het perspectief van een leven na de dood, maar ook het effect van die overwinning in het hier en nu geeft het dagelijks leven nieuwe kleur en invulling. Door deze gebedsweek worden wij persoonlijk bij onze naam geroepen. Want het is een droom van God dat hij alle mensen bij hun naam aan kan spreken. Ook met de naam van de eigen geloofsbeleving: katholieken. protestanten, orthodoxen, randkerkelijken, en misschien mag je de lijn wel doortrekken naar Joden, moslims, hindoe’s en noem maar op. Eli en Samuël waren Joden, Andreas en Petrus trouwens ook. In hun Jood-zijn worden ze door God aangesproken. Natuurlijk zijn er verschillen, tegenstellingen in cultuur, in godsdienst en godsdienstbeleving. En die moeten we niet onder de tafel vegen, dat zou niet eerlijk zijn en dat zou de ander ook geen recht doen. Maar toch ligt het diepe verlangen om samen te kunnen werken, samen te kunnen vieren: oecumenische viering, waarin we in de diepte van het bestaan de ervaring kunnen delen van het geloof in dezelfde Enige Eeuwige, die ieder van ons bij name kent. Samen op weg naar de toekomst van God, niet allemaal in hetzelfde pak, maar in verschillende veelkleurige kostuums van ieders spiritualiteit en beleving. Maar toch: samen op weg. Iedereen gekend bij haar/zijn eigen naam. Een visioen, maar het moet mogelijk zijn.