Parochie St. Petrus’ Stoel te Antiochië

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Banner

Bloemen-2016-11-27 Acht

Afdrukken PDF

1e zondag van de advent

Bloemen 20161127

De ster van verwachten.
We willen uitzien naar de ster.
De ster die ons helpt te zien, kijken.
De ster die ons laat wachten,
de ster die zal komen.

Bloemen 20161127b

 

 Uit profeet Jesaja 2,1-5. 

Visioen wat Jesaja, de zoon van Amos, gezien heeft betreffende Juda en Jeruzalem. Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God.
Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’ Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer. Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is. Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer.

Uit de brief van de heilge apostel Paulus aan de christenen van Rome 13,11-14.
Broeders en zuster, Gij kent de tijd waarin wij leven, gij weet dat het uur om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Thans is ons heil dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken der duisternis en ons wapenen met het licht. Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlich­te dag, en ons onthouden van braspartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd. Bekleedt u met de Heer Jezus Christus, en koestert geen zondige begeerten meer.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 24,37-44.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Zoals het ging in de dagen van Noach, zo zal het gaan bij de komst van de Mensen­zoon. Zoals toch de mensen in de dagen voor de zondvloed doorgingen met eten en drinken, met huwen en ten huwelijk geven, tot op de dag, waarop Noach de ark binnenging, en zij niets vermoedden, totdat de zond­vloed kwam en allen wegrukte: zo zal het ook gaan bij de komst van de Mensenzoon. Dan zullen er twee op de akker zijn: de een wordt meegenomen, de ander achter­gelaten; twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn: de een wordt meegenomen, de andere achtergelaten.
Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt. Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht de dief zou komen. zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken. Weest ook gij dus bereid, omdat de Mensen­zoon komt op het uur, waarop gij het niet verwacht.'